Tag: dairy

Zuivelsector Kenia verliest onschuld

Er werd allang over gespeculeerd, maar nu lijkt het dan toch zover te zijn: de Keniaanse overheid lijkt serieus werk te maken van het aan banden leggen van de verkoop van rauwe melk. Per decreet heeft de Kenya Dairy Board, het overheidsorgaan voor toezicht en regulering van de zuivelsector, bevolen dat alleen verkoop van gepasteuriseerde melk en verpakte  zuivelproducten is toegestaan. In een land als Kenia waar slechts 35% van de jaarlijks geproduceerde 4,5 miljard kg melk wordt gepasteuriseerd en verwerkt betekent dit een enorme uitdaging voor de boeren en hun coöperaties. Klanten van Agriterra zoals Kiambaa Diary, Ndumberi Dairy en Mukurwe-ini Dairy verkopen een groot deel van hun productie als rauwe melk aan hotels, restaurants, scholen en rechtstreeks aan consumenten via – veelal- goedlopende milk shops. En wat te denken van de duizenden informele venters (“hawkers”) die melk rechtstreeks opkopen bij de boeren en van deur tot deur verkopen? Aangezien de coöperaties het eenvoudigst te controleren zijn, verwacht ik dat zij de eerste zijn die worden aangepakt. Om grip te krijgen op de informele venters zal de controle arm van de Dairy Board vooralsnog ontoereikend zijn denk ik.

Sommige coöperaties zijn al aan het voorsorteren op de nieuwe situatie. Zo is het business plan van boergenoteerd bedrijf Mukurwe-ini Dairy voor een pasteuriseer lijn al klaar, is de financiering daarvan zo goed als rond en zal naar verwachting op korte termijn worden begonnen met de bouw van de fabriek. Maar dat zal niet zonder slag of stoot gaan, want gevestigde zuivelbedrijven zoals marktleider Brookside Dairy  hebben natuurlijk een grote voorsprong en zullen het decreet aangrijpen om zoveel mogelijk van de rauwe melkproductie naar zich toe te trekken. Meer dan ooit zullen coöperaties er alles aan moeten doen om door dienstverlening op niveau, o.a. krediet, KI, voorlichting, hun leden aan zich te binden. Kansen liggen er ook zeer zeker. Zuivelbedrijven zoals Brookside en ook NKCC hebben per definitie weinig oog voor het belang van de boeren en investeren weinig in de ketenpartijen. Daar is zeker nog een wereld te winnen voor ondernemende coöperaties die boeren en burgers aan elkaar weet te binden. Ook kan ik me voorstellen dat samenwerking tussen informele venters en de cooperaties kansrijk is: Venters zetten een cooperatiepet op en zorgen via hun fijnmazig netwerk dat door de cooperatie gepasteuriseerde melk wordt verkocht in alle uithoeken, daar waar de gevestigde partijen niet of nauwelijks komen. Werk aan de winkel dus voor de zuivelcooperaties in Kenia en ook voor Agriterra! Al blijft natuurlijk wel de vraag in hoeverre de Keniaanse overheid bij machte is om op korte termijn ook daadwerkelijk grip te krijgen op de sector. Hoe dan ook, de economie van Kenia wordt volwassen en vroeg of laat is dat een realiteit waar ook de melkveehouders en de coöperaties haar draai in zullen moeten vinden.

Zuivelcoöperaties Kenia gaan voor fusie

Kiambaa Dairy en Ndumberi Dairy tellen hun knopen: als ze als kleine coöperaties een kans willen maken te overleven in de dynamische zuivelmarkt in Kenia dan moeten de handen ineen worden geslagen. Tijdens de zuivelstudietoer in Nederland van 17 – 25 april staat de voorgenomen fusie tussen beide coöperatieve zuivelaars daarom centraal. Naast een kennismaking met de melkveehouderij en zuivel in ons land, zal tijdens hun verblijf in Nederland de route worden uitgestippeld die moet leiden tot 1 sterke coöperatie met ruim 4000 leden die tezamen dagelijks zo’n 40.000 kg melk produceren.

Nederland is wereldwijd vermaard om zijn koeien en kaas, maar daarnaast hebben de coöperaties in ons land ook een rijke geschiedenis voor wat betreft fusies. Samenwerking lijkt de Nederlandse boeren in de genen te zitten. De duizenden kleine zuivelcoöperaties van zo’n 100 jaar terug zijn na talloze fusietrajecten over de jaren inmiddels verworden tot de coöperatie gigant FrieslandCampina. In gesprek met Jan Uijttewaal, vicevoorzitter van FrieslandCampina zullen zijn ervaringen met de fusie tussen Friesland Foods en Campina dan ook zeker ruim aan bod komen. Dat is kennis waar de Kenianen veel van hopen mee te krijgen want fusietrajecten tussen coöperaties zijn in hun land onbekend en voorbeelden van mislukte samenwerkingen (veelal in de vorm van joint ventures) zijn talrijk.

In gesprek met de voorzitter en bestuurder van zuivelfabriek Rouveen kwamen hun ervaringen met de fusie in 1987 tussen ‘De Vlijt’ en ‘De Kleine Winst’ uitgebreid ter sprake. “ Het is belangrijk om als fusiepartners een gezamenlijk doel te formuleren en je leden goed bij het fusieproces betrokken houden”  zo adviseerde directeur Ben Wevers de gasten uit Kenia.  Egbert Koersen, voorzitter van Raad van Commissarissen sprak de hoop uit dat met deze fusie als eerste stap, de coöperatie op de lange termijn een grotere invloed krijgt op de prijsvorming van melk in Kenia. “ Daar zullen de boeren in Kenia uiteindelijk de vruchten van plukken” , aldus Koersen.

 

Worstelen met coöperatie principes in een vrije markt: de Oeganda case

In hoeverre is het mogelijk een succesvolle onderneming op te zetten op basis van coöperatieve principes? Voor zijn eindopdracht voor de Nyenrode MBA Food & Finance module over Ondernemerschap & Coöperatie heeft Agriterra medewerker Bas Prins samen met drie collega studenten deze vraag losgelaten op UCCCU, een unie van coöperaties van melkveehouders in Oeganda die serieuze plannen heeft om een zuivelverwerkingsfabriek te gaan opzetten. Uit het rapport blijkt dat UCCCU veel waarde hecht aan de coöperatieve principes zoals vastgesteld door International Cooperative Alliance maar waarbij het de vraag is of deze principes de commerciële ambities van dit coöperatieve bedrijf in wording niet in de weg staan.

Uit gesprekken met UCCCU bestuursleden blijkt dat de ICA coöperatie principes sterk doorklinken in de organisatiestructuur. De voornaamste reden daarvoor is om boerenleden te binden aan UCCCU om zo gezamenlijk “ countervailing power” te bouwen en te behouden. Om dit te bereiken moeten de boeren-leden zich herkennen in de coöperatie, inspraak hebben op het beleid van de coöperatie en de overtuiging hebben dat de coöperatie hun belangen dient. Boeren hebben tot dusver al zo’n 550.000 Euro bij elkaar gelegd dus het lijkt op het eerste gezicht wel goed te zitten met de coöperatieve principes van de UCCCU boeren. Een half miljoen euro is echter niet genoeg. Er is meer kapitaal nodig voor de fabriek:, dus men rekent op bijdrage van een bank, ideële organisatie of investeerder.

Maar hoe aantrekkelijk is een top coöperatie als UCCCU voor bijvoorbeeld investeerders? Ik verwacht dat deze worden afgeschrikt juist door de strikte hantering van de ICA coöperatieve principes. Door de 4 (!) bestuurslagen in de top coöperatie UCCCU doemt namelijk het beeld op van een log bedrijf gekenmerkt door tergend langzame besluitvorming waarbij slagkracht, ondernemerszin en marktdenken worden gegijzeld door het vasthouden aan klassieke coöperatieprincipes. Moeten deze dan maar over boord worden gegooid? Nee, juist in een ontwikkelingsland als Oeganda zijn en blijven coöperaties van wezenlijk belang om boeren een sterke positie te realiseren in de markt, maar als UCCCU met het zuivelbedrijf daadwerkelijk meerwaarde wil creëren voor haar leden, dan zal zij moeten moderniseren, met veel meer manoeuvreerruimte voor management en met boeren nog steeds in de “ driver’s seat” maar dan wel met een bestuur en toezicht meer op afstand. Alleen dan zal UCCCU in staat zijn de concurrentie het hoofd te bieden en alleen dan zal UCCCU daadwerkelijk bankabel en investeringsrijp zijn voor banken en investeerders. De cliffhanger is natuurlijk of de UCCCU leden het hiermee eens zijn. Wordt vervolgd!

 

Noodzaak tot krachtenbundeling voor zuivel in Kenia

Zuivel is weer big business in Kenia! In de jaren negentig zag het er allemaal nog heel somber uit. De markt werd geliberaliseerd en KCC, de grootste (coöperatieve) zuivelaar toentertijd, ging ten onder aan corruptie, wanbeleid en gebrek aan concurrentiekracht. De impact van het faillissement van KCC op de coöperaties, als belangrijkste aandeelhouder en leverancier, was enorm: velen legden het loodje en boeren waren als vanouds weer op zichzelf en de informele markt aangewezen voor de afzet van hun melk.

Het beeld in 2012 is totaal anders. Door de groeiende stedelijke middenklasse is er toenemende vraag (naar schatting 4% groei/jaar) naar zuivelproducten. Steeds meer verwerkers willen dan ook een aandeel in deze almaar uitdijende melkplas. Het marktaandeel van New KCC (de genationaliseerde opvolger van KCC) en Brookside tezamen is weliswaar nog steeds zo’n 65% maar brokkelt langzaam maar zeker af. Nestlé gaat aan de slag in Kenia en ook Sameer (sterk in zuivel in Uganda) heeft grote plannen. En dan te bedenken dat slechts een schamele 30% van de jaarlijkse 4,5 miljard liter geproduceerde melk wordt verwerkt. De rest wordt vers (onverwerkt) verkocht of is voor zelfconsumptie. Oftewel ” the only way is up” in Kenia als het gaat over zuivel.

Je zou zeggen dat er in deze groeimarkt ook volop kansen liggen voor boeren om een goede prijs te krijgen voor hun melk. Die liggen er ook zeker, maar worden nog onvoldoende benut door de boeren. Het merendeel van de coöperaties is eenvoudig genoeg te klein om echt een vuist te kunnen maken naar de opkopers, de zuivelfabrieken en ook naar de informele handelaren. Neem als voorbeeld Tulaga Dairy en Kitiri Dairy, beide Agriterra klanten en beide uit dezelfde regio. Om een idee te geven: Tulaga bulkt en verkoopt dagelijks zo’n 16.000 liter en Kitiri doet gemiddeld 7.000. Beide coöperaties dromen zoals zo vele anderen over pasteuriseren en verwerken en van hun eigen merk op de schappen van Nakumatt (zeg maar de AH van Kenia). En dit terwijl op een steenworp afstand de zuivelfabriek Kinangop Dairy de capaciteit van de fabriek bij lange niet weet niet te benutten. Samenwerken is mensenwerk en per definitie ingewikkeld, ook in een land als Kenia. Maar om van speelbal, spelmaker te worden in de Keniaanse zuivelsector, moeten boerenleiders en hun coöperaties over hun eigen schaduw stappen en de krachten bundelen. Met steeds in het achterhoofd, hoe kunnen we onze boeren een zo goed en constant mogelijke prijs geven voor hun melk? Dankzij de grote ervaring met fusietrajecten in de Nederlandse agribusiness is Agriterra in staat deze boeiende maar o zo complexe samenwerking- en fusietrajecten in Kenia te ondersteunen. Ook zo maakt Agriterra coöperaties bankabel!