Archive for april 2013

Hoe coöperatief zijn coöperaties eigenlijk?

2012, het Internationale Jaar van de Coöperatie, was in alle opzichten een groot succes waarbij de coöperatie als bedrijfsvorm wereldwijd (eindelijk!) de aandacht en waardering kreeg die het verdiende. De timing had ook niet beter kunnen zijn. In een periode van crisis in veel westerse landen, draaien juist coöperatieve ondernemingen als een tierelier. Ook in Nederland. FrieslandCampina realiseerde een omzetstijging van 26,7% in 2012 en een netto winststijging van maar liefst 7,1%., FloraHolland is blij met een omzetstijging van 3%, Agrifirm verdubbelde de winst naar EUR 21,1 t.o.v. 2011, Cosun realiseerde een winsttoename van 19% en omzetstijging van 16%; om maar een paar van de coöperatieve boegbeelden van Nederland te noemen.

En hoe zit dat in ontwikkelingslanden? In de ICA top 300 coöperaties van de wereld staan nul (0!) coöperaties in Afrika genoemd en slechts een handvol bedrijven in China (6), Indonesië (2), India (2) en Brazilië (1). Er is dus nog een wereld te winnen zou je denken. Nu zegt zo’n ranglijst natuurlijk lang niet alles. Ook in landen als Peru, Kenia en Ethiopië heeft de sector een boost gekregen en is er bijvoorbeeld (belangrijke indicatie!) bij banken een toenemende interesse in het financieren van de coöperatieve sector. Coöperaties zijn dus niet langer het sulligste jongetje van de klas. Het zou ook eens tijd worden! In 2012 verscheen trouwens een speciaal katern bij het NCR cooperatieblad over cooperaties in ontwikkelingslanden., maar dit terzijde.

Na dit fijne jubelverhaal vraag ik toch wel af waarom Nederlandse coöperatieve bedrijven actief in Azië, Afrika of Latijns Amerika eigenlijk niet de aansluiting zoeken bij de coöperaties ter plaatse? Niet omdat coöperaties in Kenia of Peru zo lief zijn (want dat zijn ze niet), maar gewoon vanwege het enorme groeipotentieel en de economische meerwaarde van samenwerking. Een bedrijf als FrieslandCampina bijvoorbeeld staat fier voor zijn coöperatieve principes en vent dat publicitair goed uit, maar zodra de zuivelboeren een stap over de grens zetten lijkt het toch verdacht veel op een doodgewoon bedrijf. En dan te bedenken dat men een aanzienlijk deel van de winst juist in de opkomende economieën in Afrika en Azië realiseert! Nu wil ik best begrijpen dat een coöperatie van keuterboeren in Indonesië niet zomaar lid kan worden, maar nadenken over strategieën hoe je coöperatief ownership ook daadwerkelijk over de grens vorm en inhoud kan geven, dat lijkt me toch een prachtige uitdaging voor FrieslandCampina en alle andere Nederlandse coöperatieve bedrijven met internationale ambities. Toch?

 

Zuivelsector Kenia verliest onschuld

Er werd allang over gespeculeerd, maar nu lijkt het dan toch zover te zijn: de Keniaanse overheid lijkt serieus werk te maken van het aan banden leggen van de verkoop van rauwe melk. Per decreet heeft de Kenya Dairy Board, het overheidsorgaan voor toezicht en regulering van de zuivelsector, bevolen dat alleen verkoop van gepasteuriseerde melk en verpakte  zuivelproducten is toegestaan. In een land als Kenia waar slechts 35% van de jaarlijks geproduceerde 4,5 miljard kg melk wordt gepasteuriseerd en verwerkt betekent dit een enorme uitdaging voor de boeren en hun coöperaties. Klanten van Agriterra zoals Kiambaa Diary, Ndumberi Dairy en Mukurwe-ini Dairy verkopen een groot deel van hun productie als rauwe melk aan hotels, restaurants, scholen en rechtstreeks aan consumenten via – veelal- goedlopende milk shops. En wat te denken van de duizenden informele venters (“hawkers”) die melk rechtstreeks opkopen bij de boeren en van deur tot deur verkopen? Aangezien de coöperaties het eenvoudigst te controleren zijn, verwacht ik dat zij de eerste zijn die worden aangepakt. Om grip te krijgen op de informele venters zal de controle arm van de Dairy Board vooralsnog ontoereikend zijn denk ik.

Sommige coöperaties zijn al aan het voorsorteren op de nieuwe situatie. Zo is het business plan van boergenoteerd bedrijf Mukurwe-ini Dairy voor een pasteuriseer lijn al klaar, is de financiering daarvan zo goed als rond en zal naar verwachting op korte termijn worden begonnen met de bouw van de fabriek. Maar dat zal niet zonder slag of stoot gaan, want gevestigde zuivelbedrijven zoals marktleider Brookside Dairy  hebben natuurlijk een grote voorsprong en zullen het decreet aangrijpen om zoveel mogelijk van de rauwe melkproductie naar zich toe te trekken. Meer dan ooit zullen coöperaties er alles aan moeten doen om door dienstverlening op niveau, o.a. krediet, KI, voorlichting, hun leden aan zich te binden. Kansen liggen er ook zeer zeker. Zuivelbedrijven zoals Brookside en ook NKCC hebben per definitie weinig oog voor het belang van de boeren en investeren weinig in de ketenpartijen. Daar is zeker nog een wereld te winnen voor ondernemende coöperaties die boeren en burgers aan elkaar weet te binden. Ook kan ik me voorstellen dat samenwerking tussen informele venters en de cooperaties kansrijk is: Venters zetten een cooperatiepet op en zorgen via hun fijnmazig netwerk dat door de cooperatie gepasteuriseerde melk wordt verkocht in alle uithoeken, daar waar de gevestigde partijen niet of nauwelijks komen. Werk aan de winkel dus voor de zuivelcooperaties in Kenia en ook voor Agriterra! Al blijft natuurlijk wel de vraag in hoeverre de Keniaanse overheid bij machte is om op korte termijn ook daadwerkelijk grip te krijgen op de sector. Hoe dan ook, de economie van Kenia wordt volwassen en vroeg of laat is dat een realiteit waar ook de melkveehouders en de coöperaties haar draai in zullen moeten vinden.